Molenbeek


Op 23 december 1717 koopt Joseph Maurits van Lamsweerde een stuk land van "de gesamentlijke geërfde agter Coldenhove bij den Gravinnebeeck" voor Hfl. 1000,- waarop hij een papiermolen laat bouwen, wat hem, buiten zijn eigen hout, Hfl. 4000,- kost.
De beek die het waterrad van de molen laat draaien is dan reeds gegraven. Deze beek, "Gravinnebeek" genaamd, wordt gevoed door vijf sprengenkoppen, waaruit het water opborrelde wat uit het achterliggende hogere terrein hierheen stroomde. Dit hogere terrein werd later door Wolter Broese aangekocht.
Van Lamsweerde verpachtte de molen aan Hermannus Ligt (of Licht) (1693-1775), zoon van Peter Cornelissen (Ligt) en Elsje Biesenbroek die eigenaar waren van de "bovenste molen op de oorsprong" in Oosterbeek. Hier heeft hij het vak geleerd, waarna hij de "Nieuwe Molen" pachtte. Hiervoor betaalde hij aan van Lamsweerde Hfl. 280,- per jaar gedurende de eerste drie jaar. Hierna werd Hfl. 300,- per jaar afgesproken, echter werd dit bedrag wegens watergebrek verlaagd: de vijfde bak kon niet in werking worden gesteld. In 1733 wordt Hermannus opgevolgd door zijn neef Hendrick Roelofs Ligt.

De familie Van Lamsweerde blijft tot 1776 eigenaar, waarna de Nieuwe Molen, en het bijbehorende land, nog vijf keer van eigenaar wisselt. In 1776 wordt Jacobus Berntz eigenaar, waarna het in de familie blijft tot 1834. In dat jaar wordt het landgoed bij een openbare verkoop eigendom van Evert Rutgers Modderkolk, die het overigens direct in pacht geeft aan Hendrik Brouwer voor Hfl. 290,- Na het overlijden Evert in 1838 verpacht zijn weduwe ook de nieuw gebouwde woning en schuur, voor Hfl. 50,- , aan Hendrik.
De lasten van het landgoed werd de familie te zwaar, waarna het op 30 oktober 1840 weer bij openbare verkoop verkocht wordt.


Sprengkop



Gravinnebeek

Huize Molenbeek


De nieuwe eigenaar, Levi Marcus van Duren, heeft grote plannen. De molen zou een comlpete renovatie ondergaan, en ook zou het woonhuis worden aangepakt. Dit laatste is zeker gebeurd, want het stro-dak is vervangen door een pannendak. Ook weet hij het land uit te breiden tot 78 hectare door aankoop van Markegronden van Hall en Eerbeek in 1854.
Na één jaar wordt het gehele landgoed alweer bij openbare verkoop van de hand gedaan, voor Hfl. 11.000,- wordt Arend Reinder Noorman (1812-1856) eigenaar, die het overigens in pacht geeft aan Hendrik Abraham Schut. Na het overlijden van Arend verkoopt zijn weduwe het landgoed aan de Rotterdamse effecten makelaar Hermannus Kruijff, die tijdelijk in Ellecom verblijft. Hij geeft het landgoed in pacht aan Johannes Herms van 't Hull (1805-1867).


Johannes, getrouwd (1850) met de 24 jaar jongere Helena Mooij, is van 1851 tot 1858 eigenaar van de Ordermolen in Apeldoorn. Hij vertrekt met zijn gezin echter direct naar Eerbeek op het moment dat hij de Nieuwe Molen in pacht heeft, en zijn jongste twee kinderen worden hier dan ook geboren, zodat het gezin uiteindelijk uit zeven personen bestaat. Wanneer het slechter gaat met de gezondheid van Johannes vertrekt het gezin in 1865 naar Rheden. Hij blijft echter pachter tot zijn dood in 1867.


't Oude Kromhout te Brummen (foto 1905)


Een nieuwe pachter wordt gevonden in Hendrik Kersten.
Hendrik Kersten (1798-1881) trouwt in 1824 met zijn eerste vrouw, de één jaar oudere Geertrui Spekschot, met wie hij twee kinderen heeft.
In 1840 hertrouwt hij met de 17 jaar jongere Gerritje Pannekoek, dochter van Jan Pannekoek, met wie hij zeven kinderen heeft.
Zijn zoon Hendrik Jan werkt als dagloner, en tevens wonen er knechts bij hem op de molen.



Het is niet bekend wanneer de Nieuwe Molen buiten gebruik wordt gesteld. Na het overlijden van Hendrik Kersten wordt de molen niet opnieuw verpacht. De grootste reden hiervoor is dat de eigenaar, Hermannus Kruijff, het landgoed primair heeft gekocht als ontginningsproject. Alle heide gronden werden ingeplant met bomen, en tevens werd het grondbezit uitgebreid met voormalige markegronden die werden aangekocht van de Hervormde Diaconie.


Waterval




Kerstens Molentje (foto 2003)

Een tweede reden was dat het handwerk op de molen niet meer lonend zou zijn. Veel papiermolens worden fabrieken, en al in 1868 worden er machines geinstalleerd in "De Hoop". De Hummense molen op het landgoed Coldenhove wordt in 1885 gemoderniseerd. De molens die niet op machines overgaan verdwijnen langzaam.

 
Het landgoed is omstreeks 1920 nog verder uitgebreid met grond langs de grens met Groenouwe en langs de Harderwijkerweg (waarmee ook de oude boswachterij tot het landgoed ging behoren).


Door bemiddeling van de papierfabrikanten Marten Cornelis Sanders (papierfabriek Coldenhove) en Paul Jan Schut (n.v. Cartonfabriek v/h Wed. J.W. Schut) worden belangrijke onderdelen van de Nieuwe Molen, die ondertussen de naam Kerstens Molentje gekregen heeft, geschonken aan het openlucht museum: de Hollander en het Kroonwiel. Deze onderdelen lagen jarenlang opgeslagen op de zolder van het witte huisje aan de Boshoffweg.


Later is het landgoed opengesteld voor het publiek, men mocht na aanschaf van een wandelkaart, het terrein betreden.
Momenteel is het landgoed vrij toegankelijk.



Nederlands Openlucht Museum

door deze pagina te bezoeken gaat U accoord met de disclaimer